Depressie is één van de meest voorkomende en belastende psychische aandoeningen wereldwijd. Ongeveer één op de zes volwassenen krijgt er ooit in zijn leven mee te maken. Hoewel er veel antidepressiva beschikbaar zijn, herstelt minstens één op de drie patiënten niet volledig, zelfs na meerdere behandelingen. Voor deze mensen met een moeilijk behandelbare depressie is elektroconvulsietherapie (ECT) de behandeling met het sterkste bewijs op herstel.
ECT is een behandeling waarbij via elektroden op het hoofd een korte, gecontroleerde elektrische stroom door de hersenen wordt gestuurd. Dit gebeurt onder lichte verdoving en veroorzaakt een korte, gecontroleerde aanval. De behandeling wordt meestal twee keer per week gegeven, gedurende 8 tot 12 sessies. Bij meer dan 60–70% van de patiënten leidt dit tot duidelijke verbetering of herstel.
Er zijn twee belangrijke manieren om de elektroden te plaatsen: aan de rechterkant van het hoofd (rechtszijdig) of aan beide kanten bij de slapen (bitemporaal). Behandeling aan de rechterkant geeft meestal minder bijwerkingen op het denken en geheugen, terwijl behandeling aan beide kanten vaak sneller lijkt te werken.
Wanneer een patiënt in het begin niet goed reageert op de rechtszijdige behandeling, is het in de praktijk gebruikelijk om over te stappen naar behandeling aan beide kanten. Opvallend genoeg is deze veelgebruikte aanpak nog nooit goed onderzocht in een gerandomiseerde studie. Er is dus nog geen duidelijk wetenschappelijk bewijs om deze belangrijke keuze te ondersteunen.