De achtergrond van deze studie ligt in het feit dat ernstige depressieve stoornissen een grote impact hebben op het dagelijks functioneren en dat niet alle behandelingen even goed werken bij iedereen.
Elektroconvulsietherapie (ECT) is een van de meest effectieve behandelingen voor ernstige of therapieresistente depressie, maar we begrijpen nog niet goed waarom het bij sommige patiënten heel goed werkt en bij anderen minder of niet. Die variatie in respons maakt het moeilijk om vooraf te voorspellen wie baat zal hebben bij de behandeling.
Tegelijkertijd groeit de wetenschappelijke kennis dat depressie niet alleen een stoornis van de hersenen is, maar ook samenhangt met veranderingen in het immuunsysteem en ontstekingsprocessen in het lichaam. Daarom vermoeden onderzoekers dat immuun- en ontstekingsmarkers een rol kunnen spelen in zowel het ontstaan van depressie als in het effect van behandelingen zoals ECT.
Deze studie vertrekt dus vanuit de vraag of veranderingen in het immuunsysteem kunnen helpen verklaren waarom ECT werkt, en of deze biologische signalen kunnen worden gebruikt om in de toekomst beter te voorspellen welke patiënten goed zullen reageren op de behandeling.